Graffitikunstenaar:

Hugo Kaagman

Is een Amsterdamse kunstenaar. Eind jaren zeventig maakte hij deel uit van een creatieve groep binnen de Amsterdamse punk en kraakbeweging. Hij richtte samen met een vriendin Daina Ozon een graffiti-artiest de “fanzine”op een krant. In de kraakpanden waarin Hugo Kaagman woorden werden door hemzelf in zebramotief geschilderd, deze staan sindsdoen bekend als de zebrapanden. Hugo was eind zeventigere jaren, en ook in het begin van de jaren actief als graffitikunstenaar. In 1983 kreeg hij van de gemeente Amsterdam zijn eerste officiële opdracht: het maken van een graffitikunstwerk op een wand bij de voorlopige waterloopleinmarkt. Zo werd hij gezien als een echte graffitikunstenaar. Doordat hij reizen maakte naar Marokko en Senegal kreeg zijn werk een oosterse decoratiepatronen. Dit wist hij op een creatieve manier te mengen met Oud-Hollandse ambachtelijke kunst en maakte daarna driftig gebruik van Delfts Blauw. Door hemzelf “shocking Blue”genoemd. In 1993 kreeg hij een grote opdracht van de luchthaven Schiphol voor het beschilderen van een 65 meter lange wand. Hierna volgden talloze andere opdrachten.
Kaagman’s werk is en mengeling van het westerse, het niet – westerse, het burgerlijke, het ambachtelijke en het moderne, avant-gardistische, spottend en kritisch en gelijkertijd met respect voor het artistieke aspect van het ambachtelijke werk.

waterloopplijn.jpg

Bestudeerd kunstwerk: Waterlooplein

plattengrond waar de kunstwerken zich bevinden:
wplein_plattegrond.jpg

1
Waterlooplein_1.jpg
2A
Waterlooplein_2_A.jpg
2B
waterlooplein_2_B.jpg
3

waterlooplein_3.jpg

Waarom is dit betreffende kunstwerk voor de kunstenaar kunst?

Honderden ideeën heeft Kaagman verwerkt in de schilderingen op de schutting: De voor- en nadelen van de electronische revolutie, met de slogan: 'werklozen aller landen amuseert u'; springende tijgers, verwijzen naar de tegenover gelegen halte voor de tram naar Artis. Collages van werken van Rembrandt en Escher en molens, melkmeisjes en Amsterdamse bruggen zijn bedoeld voor de toeristen, die als toegift ook nog keurig met borden worden verwezen naar het nabijgelegen Rembrandthuis. Portretten van plaatseljjke, nationale en internationale beroemdheden - behalve Ed van Thijn. Kaagman is nog op zoek naar een geschikt portret van Amsterdams burgemeester. Van zo'n portret, en talloze andere afbeeldingen. snijdt Kaagman sjablonen, die hij vervolgens tegen de schuttingplaat drukt om ze vervolgens met spuitbus en electrisch penseel te lijf te gaan. Hij schat ongeveer 2000 sjablonen in huis te hebben. Voor de schutting heeft hij er 500 gebruikt, of misschien wel duizend.
Wat zijn de drijfveren van de kunstenaar om dit kunstwerk te maken?

Hugo Kaagman wil met zijn decoratieproject een bijdrage leveren aan het culturele leven. dmv die op straat te brengen. Dat zou volgens hem veel meer moeten gebeuren. Het gele gedeelte van de schuttingen aan de Nieuwe Amstelstraat is niet van mij. Dat is van de mensen van De Pleinwerker, waarmee Hugo Kaagman veel mee te maken heeft.

Al geruime tijd zijn tegenover de Stopera-bouwput in de Amsterdamse Nieuwe Amstelstraat fel beschilderde schuttingen te zien. De schuttingen, die ook bij de metro-ingang achter de synagoge geplaatst zijn, vallen niet alleen Amsterdammers op. "Ze liggen precies middenin de toeristische route, tussen Artis, Rembrandthuis en de Waterloopleinmarkt, dus je moet er wel langs"' zegt Hugo Kaagman, die de vele zebra- en andere grafische motie-ven op zijn naam heeft staan.De schuttingen zijn van 'n tijdelijk karakter, om het in gemeentelijk jargon uit te drukken. "Eind 1985 moet het allemaal weer weg zijn", zegt Kaagman, die zijn project geheel belangeloos uitvoerde met ondersteuning van wijkcentrum d'Oude Stadt en de buurtgroep Amstelstraat. d'Oude Stadt financierde zijn materiaalkosten.

Heeft de kunstenaar veel inspanning moeten leveren om dit kunstwerk te ontwerpen?
Ja eerst heeft Hugo Kaagman heeft twee jaar bij de gemeenten lopen zoeken naar muren om te kunnen werken, de eventuele mogelijkheden die zich toen voordeden ketsten steeds af op allerlei gemeentelijke regelingen. Hij heeft in zijn eentje veel potentieel om groot te werken, op grote vlakken die oneidig kunnen doorlopen. Het liefst werk hij op stenen muren, of op trams, de haltes, metro ingangen. Op de haltes te beschilderen is ruzie ontstaan bij de gemeente. En uiteindelijk heeft Hugo Kaagman toestemming gekregen. Het moest wel betimmerd worden ( dus er kwamen schuttingen waar hij zijn kunstwerk op mocht aanbrengen ) want na verloop van tijd moest het wel, want het is maar een tijdelijk karakter.

Wie bepaalt dat dit kunst is?

Waarom zijn sommige kunstwerken zoveel geld waard?

Hoe is hij tot het uiteindelijke resultaat gekomen? (materiaal, soort verf...)

Volgeschilderd met spuitbus en electrisch spuitpenseel